Klachten
Pijn bij wandelen die verdwijnt in rust, later ook rustpijn of slecht genezende wonden.
Onderzoek
Klinisch onderzoek en duplex op de raadpleging, zo nodig CT- of MR-angiografie.
Behandeling
Leefstijl en medicatie, ballondilatatie (PTA), liesplastie of bypass.
Wat is het?
Het hart pompt bloed via de slagaders naar alle organen en lichaamsdelen. Door aderverkalking (atherosclerose) kan een slagader vernauwen of volledig verstoppen. Gebeurt dat in de bekken- of beenslagaders, dan krijgt het been te weinig bloed. Dat heet perifeer vaatlijden.
Klachten
De typische klacht heet claudicatio of etalagebenen: pijn bij het stappen, die verdwijnt als u stilstaat. Daarna kan u verder, tot de pijn terugkomt. Hoe ver u kan stappen, hangt af van de plaats en de ernst van de vernauwing. Bij snel stappen of bergop komt de pijn sneller.
In een verder stadium kunnen er ook klachten zijn van:
- pijn in rust of 's nachts
- wonden die moeilijk genezen
- koude of verkleurde voeten
- minder haargroei op de benen en verdikte teennagels
Oorzaken en risicofactoren
- Roken
- Hoge bloeddruk
- Hoge cholesterol
- Diabetes
- Erfelijke aanleg
Onderzoek
Klinisch onderzoek. We voelen de polsslag in de lies, de knieholte en de voet, en kijken naar de temperatuur en de kleur van de voet.
Duplexonderzoek. Met een echografie bekijken we de bloedstroom door de slagaders. Dit gebeurt op de raadpleging en is pijnloos.
CT- of MR-angiografie. Zijn de eerste onderzoeken afwijkend, dan brengen we de bloedvaten met een scan en contraststof volledig in kaart op de dienst medische beeldvorming.
Behandeling
De basis is altijd het aanpakken van de risicofactoren: stoppen met roken, bloeddruk onder controle, bloedverdunners en cholesterolverlagers, voldoende bewegen en gezond eten. Zijn de klachten ernstig, dan zijn er drie soorten ingrepen.
Ballondilatatie of dotteren (PTA)
Brochure Ballondilatatie (PTA) downloaden (PDF)
Bij een percutane transluminale angioplastie (PTA) rekken we het bloedvat van binnenuit open. Dit is waar mogelijk de voorkeursbehandeling: ze is doeltreffend, weinig ingrijpend en kan later zo nodig herhaald worden.
- Verdoving
- Lokaal, via een prik in de lies (soms de arm)
- Verblijf
- Meestal één nacht
- Herstel
- Vijf dagen geen zwaar werk
- We prikken de liesslagader aan en plaatsen een dun buisje (sheath).
- Met contraststof maken we foto's van de vernauwing.
- Een ballon op een voerdraad rekt de vernauwing open. Is het resultaat onvoldoende, dan plaatsen we een stent.
- De prikplaats wordt dichtgedrukt of gesloten en krijgt een drukverband tot de volgende dag.
Risico's. Bij elke operatie bestaat een klein risico op wondinfectie, trombose, longembolie, longontsteking of hartproblemen. Daarom gebeuren vooraf de nodige onderzoeken. Bij een dilatatie zijn complicaties zeldzaam: een bloeduitstorting rond de prikplaats, een vals aneurysma (plaatselijke verwijding), schade aan het bloedvat of heel zelden een stolsel. De contraststof kan een allergische reactie geven of de nieren belasten.
Liesplastie (endarteriëctomie)
Brochure Liesplastie en bypass downloaden (PDF)
Bij een liesplastie maken we de zieke liesslagader via een snede in de lies open en verwijderen we de verkalking. Daarna sluiten we het bloedvat met een stukje kunststof (patch). In de lies is een stent niet altijd de beste keuze, daarom kiezen we hier vaak voor deze ingreep.
- Verdoving
- Algemeen of regionaal
- Verblijf
- Gemiddeld 3 tot 5 dagen
- Herstel
- Thuisverpleging voor wondzorg, hechtingen na 14 dagen weg
Een veranderd of voos gevoel in de lies en aan de binnenkant van de dij is normaal. Mogelijke complicaties zijn wondinfectie, lymfelekkage, nabloeding en trombose.
Overbrugging of bypass
Bij een lange verstopping maken we een omleiding rond het zieke stuk. Via een snede in de lies en een tweede snede boven of onder de knie zoeken we gezonde slagader boven en onder de verstopping. De bypass, uit kunststof of uit een eigen ader, wordt daartussen getunneld en op beide plaatsen vastgenaaid.
- Verdoving
- Algemeen
- Verblijf
- Gemiddeld 3 tot 5 dagen
- Herstel
- Thuisverpleging voor wondzorg, hechtingen na 14 dagen weg
Een veranderd gevoel rond de littekens is normaal en herstelt meestal na enkele weken. Het been kan opzwellen omdat het opnieuw goed doorbloed wordt (revascularisatie-oedeem); soms krijgt u daarvoor een steunkous. Mogelijke complicaties zijn wondinfectie, lymfelekkage, nabloeding en trombose.
Opname en nazorg
Het tijdstip van opname en de afspraken over uw medicatie bespreken we op de raadpleging. Op de dag van de ingreep bent u nuchter: vanaf middernacht niet meer eten of drinken, behalve de afgesproken medicatie met een slokje water.
U meldt zich aan bij de inschrijvingen van AZ Alma Eeklo (door de draaideur, naar rechts) met uw identiteitskaart en, als u die hebt, de gegevens van uw hospitalisatieverzekering. Daarna gaat u naar de afdeling.
- Wandelen mag meteen. De eerste vijf dagen doet u geen zwaar werk. In rust legt u het been hoog.
- Blauwe verkleuring rond de prikplaats en het bovenbeen is de eerste dagen normaal. Bij plotse zwelling of pijn aan de prikplaats neemt u contact op.
- Het waterdichte verband laat douchen toe. Een bad pas na uw controle bij de vaatchirurg.
- Bij pijn mag u paracetamol nemen, tot 3 keer per dag 1 gram.
- Neem uw bloedverdunners stipt in zoals afgesproken.
Wat u zelf doet, bepaalt mee het resultaat op lange termijn: niet roken, voldoende bewegen, gezond eten en uw medicatie stipt innemen.
Veelgestelde vragen
Moet ik altijd geopereerd worden?
Nee. Vaak starten we met rookstop, meer beweging en medicatie. Een ingreep stellen we voor als de klachten u sterk beperken, bij rustpijn of bij wonden die slecht genezen.
Hoe lang blijf ik in het ziekenhuis?
Na een ballondilatatie meestal één nacht. Na een liesplastie of bypass gemiddeld drie tot vijf dagen, afhankelijk van pijn, wonde en mobiliteit.
Mag ik wandelen na de ingreep?
Ja, wandelen mag onmiddellijk. De eerste vijf dagen doet u best geen zwaar werk.
Medisch nagelezen door Dr. Evelyne Spriet, vaat- en thoraxchirurg, september 2026. Deze informatie is een algemene leidraad; uw behandeling kan in de praktijk anders verlopen.